Herman Boesveld, voorzitter van de Raad van Kerken te Arnhem:

Nieuwjaarstoespraak 2008 RvKA

15 januari 2008

Dames en heren en daartoe worden volgens onze uitnodiging, die spreekt van een korte toespraak door de voorzitter en dat is helemaal niet waar, want eenmaal begonnen over oecumene en kerk bleek ik niet te stoppen; het duurt dus wat langer, maar weest u niet bevreesd...de bar blijft dan ook langer open. Ik pak de draad weerop....daartoe worden volgens onze uitnodiging in ieder geval gerekend: pastores, voorgangers, kerkelijke bestuurders, oud-leden van de RvKA en anderen, die de oecumene een warm hart toedragen. Zou ik nu iemand overgeslagen hebben? Hij of zij moge zich even welkom voelen! Ik heet u namens de RvKA van harte welkom op deze nieuwjaarsreceptie n.a.v een nieuwjaarsviering, waarin 20 scholen in de as gelegd zijn met een bedrag aan schade, waarmee de bouw van 60 scholen in Afghanistan betaald had kunnen worden. Ik vind het heel leuk om aan het begin van deze toepraak in dit gebouw de aanwezigheid van oud-leden van onze RvKA te beklemtonen en óók te kunnen melden, dat één van de hier aanwezigen zich sinds kort speelster van een thuiswedstrijd mag voelen; ik feliciteer haar met dit feit van harte en wens haar ook toe, dat zij zich hier snel thuis zal voelen. U bent in veel grotere getale opgekomen dan de mail zou doen vermoeden, want ons verzoek uw komst even te melden heeft van geen kant gewerkt, maar onze uitnodiging om te komen gelukkig wel. Dat zo’n mailverzoek niet of nauwelijks werkt, is m.i. een teken van deze tijd. Wij hebben het allemaal knetterdruk en daardoor loopt de elektronische correspondentie wel eens mis zoals ook die moeder ervaren heeft, die dacht als tweeverdiener rustig in de file te kunnen staan, omdat ze immers haar man via zijn blackberry en de oppas via haar mobieltje precies geïnstrueerd had hoe het brengen naar en het halen van de voetbaltraining van zoonlief moest gebeuren en bij thuiskomst niemand aantrof, geen man, geen oppas en vooral geen zoontje. Dat manlief zijn blackberry op het nachtkastje had laten liggen en de accu van het mobieltje van de oppas morsdood was, dáár had zij geen moment aan gedacht.

Ik heb deze toespraak, die ik zo luchtig mogelijk zal uitspreken, de titel meegegeven “de wereld draait door” naar het gelijknamige TV-programma en met dezelfde knipoog. Ik vertel u graag waarover en over wie ik het vanmiddag ga hebben, dan kunt u zich vast een beetje voorbereiden.

U hoort het als een soort menukaart, maar er valt voor u niets te kiezen, u krijgt het allemaal vóór de kiezen; Ik ga het hebben:

en mocht het u nu al gaan duizelen...geen probleem, want u kunt alles nalezen op www.rvkarnhem.nl. Tja, welke kwestie of welk persoon zal ik nu het eerste bij de kop pakken? Het rijtje overziend denk ik, dat u best wilt weten of God nu wel of niet bestaat, maar ja...dan gaat het nu zoals vroeger bij ons thuis: het lekkerste toetje komt het laatst!

In dit verhaal zal ik veel citeren, wat niet wil zeggen, dat het dan ook meteen mijn eigen mening is, maar de citaten, die iemand kiest voor een toespraak, zijn altijd in een bepaald opzicht veelzeggend. En u begrijpt ook vast wel, dat zonder een abonnement op het dagblad Trouw een voorzitter van een Raad van Kerken vandaag de dag niet veel kan.

Vorig jaar heb ik geprobeerd u in zes categorieën onder te verdelen, nu vertel ik u graag hoe wij tegen de Tien Geboden aankijken volgens de godsdienstsocioloog Stoffels. Dat geeft te denken, hoor. Ú kunt ze natuurlijk allemaal zo opnoemen, maar ik moet daarbij wel even spieken, hoor. Onderaan in de top-tien staan zondagsrust en niet vloeken evenals geen andere goden aanbidden en God niet afbeelden en het verbod op echtbreken blijkt ook niet populair, maar ja....één op de drie ondervraagden was dan ook gescheiden. We gaan naar de bovenste helft: de plaatsen drie, vier en vijf worden ingenomen door niet doodslaan, niet stelen en niet liegen. Nou wordt het spannend, als niet doodslaan niet eens op de eerste plaats staat. Op plaats twee staat: eert uw vader en uw moeder en wat kan er dan op één staan, wie heeft er goed geluisterd:....gij zult niet begeren enz.!! Als je nummer 1 en 2 (“gij zult niet begeren” en “eert uw vader en uw moeder” tot je laat doordringen, dan....is er geen reden tot somberheid, maar daarbij zij aangetekend, dat het hier gaat om het persoonlijke referentiekader, d.w.z. men staat positief tegenover de geboden in de top-tien, maar dat wil nog niet zeggen, dat men zich eraan houdt!

En van deze rangschikking kom ik vanzelf op een andere: de top 2000 van radio-2. “Was het maar iedere dag Kerstmis” werd er steeds gezongen en de bijval voor die muzikale reis door het verleden met miljoenen luisteraars was ongekend, het gevoel van saamhorigheid torenhoog, je kon even de zorgen opzij zetten, ons Kerstmis scoorde dus geweldig, laten we deze zegening vooral tellen: Kerstmis, dat zoveel losmaakt, denk eens aan het beroemde potje voetbal in 1916 op de slagvelden in Noord-Frankrijk, waar op Kerstavond de wapens echt neergelegd werden, men uit de loopgraven kwam om met elkaar te sporten om de volgende dag elkaar weer uit te moorden. Deze voorbeelden gebruik ik om aan te geven, dat de mens een buitengewoon boeiend en tegelijkertijd onvoorspelbaar wezen is met meerdere gezichten en dat mijn levensmotto “wie lacht niet, die de mens beziet” hout blijft snijden. Zie, dat beseffende, maar eens qua geloof op één lijn te komen, dat gaat nooit lukken, maar is dat niet toch het streven van oecumene, één algemene kerk? Nou....als ik al niet twijfelde, heeft prof. Anne van der Meijden, briljant spreker op de Korenbeurslezing van afgelopen zondag, mij de ogen geopend met zijn stelling, dat er helemaal geen eenheid in christelijk Nederland hoeft te komen, laat het maar lekker pluriform zijn, wij zijn naar zijn zeggen een hotel-kerk, we komen allemaal in dezelfde ruime hal binnen, groeten elkaar vriendelijk, informeren belangstellend naar elkaars welbevinden en lopen vervolgens door naar onze eigen ruimte. Tja, als het zo zit, dan zouden we de Raad van kerken maar een oecumenische alliantie moeten noemen. Dit is een agendapunt voor onze volgende vergadering.

Het sprongetje naar oecumene in het algemeen is snel gemaakt. We hebben oud-leden van de RvKA te gast en tegen hen zou ik willen zeggen”u heeft betere tijden meegemaakt dan wij nu”. Nee, begrijpt u mij niet verkeerd...met ons als RvKA gaat het best goed, wij ontmoeten elkaar iedere maand, de sfeer is prima en men is in elkaar geïnteresseerd, maar veel verder dan “ze dronken een glas, ze plasten een plas en alles bleef zoals het was” komen we toch vaak niet en dat kan ook moeilijk anders, want onze raad bestaat wèl uit gemotiveerde afgevaardigden, maar niet of nauwelijks uit door hun achterban, hun kerkgenootschap, duidelijk gemándateerden. Besluiten namens de achterban kunnen dus nooit genomen worden, het blijft bij elkaar informeren over het wel en wee van de eigen kerk. Mocht u uit mijn woorden een wens naar grotere besluitvaardigheid voor de Raad van Kerken proeven, dan bent u een fijnproever. Ikzelf ben realist genoeg om te beseffen, dat de mate van plaatselijke oecumene sterk afhangt van landelijke of mondiale oecumene en op die niveau’s wordt wel veel gepraat, maar niet bijster veel bereikt. Kijk, als de Paus zich op enig moment laat ontvallen, dat de Rooms-Katholieke Kerk de enig ware kerk is, dat de Oosters-orthodoxe kerken daar nog het meest in de buurt komen en dat de Protestantse kerken slechts “kerkachtige genootschappen”zijn, tja, dan is dat volgens Trouw de dood in de pot voor de dialoog en de doodsteek voor een enigzins levensvatbare oecumene. Zware woorden en mij te somber. Een lezersreactie in het laatste nummer van de Wijnpers, het kerkblad van de RK. Wijngaardparochie, spoelde mijn teleurstelling snel weg: : “laten we in ’s hemels naam de mensen serieus nemen, die zich niet meer bekommeren om alle mogelijke kerkelijke voorschriften en gebruiken, die even zovele hindernissen vormen op de weg naar de eenheid, waar de wereld behoefte aan heeft”. Kijk, dat is geloof aan de basis! In dit verband ook richt ik mij liever op de positieve woorden van aartsbisschop Simonis, tegen wie paus Paulus VI overigens ooit gezegd heeft “het gaat goed met de kerk, want zij lijdt veel”, op de woorden van kardinaal Simonis, toen hij bij zijn afscheid hier in Arnhem zei “ St. Andreas was een warm voorstander van de oecumene net als onze deken in Arnhem” , hoe ik die woorden moet duiden, weet ik niet precies, maar wij zullen als RvKA ons die woorden steeds herinneren in het oecumenisch overleg hier ter plaatse. Ten tijde van het afscheid van kardinaal Simons las ik in het blad Volzin “Simonis is niet de schuld van alles” en dat klinkt natuurlijk niet bepaald opwekkend. Gesteld werd, dat de “futilisering” van de kerk veeleer op het conto te schrijven is van een complexe sociale ontwikkeling als de individualisering en het daarmee samenhangende functieverlies van tradities en instituties. Over instituties gesproken: Laat nu Herman Wijffels, die furore gemaakt heeft als kabinetsknutselaar en Wereldbanksaneerder, in die tijd het volgende zeggen “inmiddels heb ik mijn eigen spiritualiteit gevonden, waarbij ik geen instituut meer nodig heb”. De gure wind voor de landelijke oecumene komt overigens van meerdere kanten. De RK-kerk besloot haar bijdrage aan de RvKN van € 110.000 naar € 30.000 te verlagen en de PKN van €150.000 naar € 110.000 en beiden deden en doen dat onder druk van sterk teruglopende inkomsten, die verpakt worden als “nieuwe structurering van de financiën” en die term onthoud ik, als ik onze kinderen moet korten op hun studietoelage. Ook zeggen beiden, dat de oecumene onverminderd van belang is. In dat vaarwater, dames en heren, zit de oecumene in Nederland en dan zeggen we zo mooi in het Nederlands, dat je moet roeien met de riemen die je hebt zoals ook de PKN de teruggang omschrijft als “groeien met de riemen, die je hebt”. U hebt nu toch niet de indruk, dat hier een sombere voorzitter staat, hè, want dat is helemaal niet het geval. Ik zie van alles gebeuren en ik verwacht van alles, dat gaat gebeuren en daar wil ik graag bij zijn, want als visliefhebber van zalmen, forellen en paling zwem óók ik ook moeiteloos tegen de stroom in!

Het door mij genoemde lijstje van bespreekpunten begint al behoorlijk te slinken, hoor, maar toch nog wat meer over de kans voor de oecumene en dan kom ik bij de benoeming van bisschop Eijk van Groningen tot aartsbisschop van Utrecht. Nee, u krijgt van mij echt geen oordeel over deze benoeming, dat zou ongepast zijn, maar ik heb wel de vele commentaren erop gelezen en omdat ik uiteraard geïnteresseerd ben in de betekenis van deze benoeming voor de oecumene in Nederland, heb ik die commentaren op dit punt geanalyseerd en dan kom ik tot de voorzichtige conclusie, dat we de verwachtingen dienaangaande niet te hoog moeten spannen. Mijn levenservaring overigens heeft mij geleerd, dat naarmate méér geroepen wordt, dat je van iemand iets niet verwacht de kans, dat iemand het dan wèl doet groter wordt. Bij dezen. Volgend jaar kan ik u wellicht vertellen of dit klopt. Dat twijfelgevoel werd, dat moet ik bekennen, nog eens versterkt door professor Peter Nissen uit Nijmegen, een kerkhistoricus die steeds meer aan de weg timmert en volgende week in deze zelfde zaal onze gast zal zijn. Wat zal ik nou eerst zeggen: dat gevoel dat hij opgeroepen heeft of dat hij onze gast zal zijn. Ik begin met het laatste: in 2008 bestaat de RVKN 40 jaar en dat moet natuurlijk gevierd worden; als het wat minder met iemand gaat, sla je zijn verjaardag toch ook niet over. Aan ons, RvKA, is gevraagd daar in juni op plaatselijk niveau aandacht aan te besteden en wij hebben ja gezegd, maar....wat te doen? Wij hebben de RVK’ s in de wijde omgeving uitgenodigd om met ons mee te doen en die raden zijn hier volgende week te gast. Als spreker om de boel wat op te warmen hebben we deze professor Nissen uitgenodigd en hij heeft toegezegd. Nu dat gevoel, dat hij opgeroepen heeft met een mail waarin hij schreef: “over de officiële oecumene kan ik niet heel opwekkend zijn, maar locale raden van kerken wil ik graag komen aanmoedigen: trek je niet teveel aan van de officiële kanalen en doe plaatselijk wat je denkt dat je moet doen”. Heerlijk zo’n opsteker voor ons en wellicht een tip voor plaatselijke kerken. Hij is dus volgende week onze gast. Mocht u dit aantrekkelijk vinden...komt u maar!

Zonder dat u dat precies heeft kunnen volgen, ben ik al aardig door mijn lijstje heen, maar ik heb u gezegd: het lekkerste bewaar ik voor het laatst. Nu ga ik naar de relatie christenen-moslims, want dat hete hangijzer mag niet ontbreken in deze toespraak. Op Nederland-schaal hebben wij als RvKA geen invloed, maar wij maken ons wel zorgen, maar op Arnhem-schaal kunnen we misschien wel wat. Wij hebben contact met de moslim-groepering Islamendialoog.nl en alleen al dit websiteadres klinkt bemoedigend. Persoonlijk heb ik inmiddels goede contacten met de voorzitter van de plaatselijke afdeling van islamendialoog en ik kan u melden, dat die contacten zó goed zijn, dat de RvkA uitgenodigd is om volgende week het Ashoera mee te maken op een boot in Deventer. Ashoera? Ik vertel het u: met Ashoera gedenken de moslims de schepping, de redding van Mozes uit de handen van de farao, het vertrek van Noach uit de ark en de marteldood van Hussain, de kleinzoon van de profeet. U hoort het, drie van de vier zijn in ons OT terug te vinden. Dat brengt mij op de website bijbelenkoran.nl., waarmee de IKON en de wereldomroep de boodschap willen uitdragen, dat christenen en moslims meer gemeen hebben dan velen (ik zal geen namen noemen!) denken. Ik pak er twee vette hapjes uit: het woord “slaan” komt zestig keer vaker in de Bijbel voor dan in de Koran en waar in de Bijbel Eva de schuld krijgt, dat man en vrouw het paradijs moeten verlaten, is de Koran vrouwvriendelijker, want daarin hebben Adam en Eva evenveel schuld. Ook inmiddels ex-bisschop Muskens heeft aan het einde van zijn loopbaan nog een poging gedaan om de scherpe kantjes er vanaf te halen door voor te stellen, God voortaan Allah te noemen; dat was hij al zo gewend in zijn Indonesische tijd en bovendien heeft Muskens drie jaren geleden al geroepen, dat christenen, joden en moslims dezelfde God aanbidden, hetgeen mij overigens destijds als muziek in de oren klonk en nog steeds klinkt. De protestanten in Nederland wilden die uitspraak niet voor hun rekening nemen, de Joden zeiden meteen...ho ho, wij zijn de oudste godsdienst, dus ligt het om die reden voor de hand om God in Joodse termen te omschrijven en om deze kwestie geheel onoverzichtelijk te maken, meld ik u nog, dat de regering van Maleisië vórige week nog een verbod heeft uitgevaardigd voor christenen om het woord Allah te bezigen, hetgeen een groot probleem voor de Maleisische christenen betekent, want in hun Maleisische Bijbel heet God Allah! Het onderwerp christen-moslims samengevat: naar mijn mening is er maar één weg in Nederland: de dialoog gebaseerd op wederzijds respect en de RvKA wil zich daar graag voor inzetten.

Er blijven nog drie onderwerpen over: een nieuw spiritueel initiatief in Arnhem, het jaar 2008 als jaar van het religieuze erfgoed en de vraag of God bestaat en dan ga ik u tot slot vertellen, wat ik met deze toespraak beoogd heb.

Als u straks deze zaal verlaat, treft u bij de uitgang een tafeltje aan, dat opvallend hinderlijk in de weg staat; op dat tafeltje liggen GidSkaarten, GidS, dat staat voor gelovenindestadArnhem, een werkgroep. In het leven geroepen door de PGA met als doel die mensen te bereiken, die vandaag de dag omschreven worden als zinzoekers, spirituelen of ietsisten, een groeiende schare van kerkverlaters, waarvan 2 op de 3 doorgaan met zinzoeken, en van jongeren, die op zoek naar zin de kerk mijden. Dit initiatief richt zich dus bepaald níét tegen de bestaande kerken, want de doelgroep van GidS bezoekt de kerk niet of niet meer, dit initiatief komt juist vanuit de PGA, omdat men inziet, dat er bij de huidige ontwikkelingen na verloop van tijd veel minder vanzelfsprekendheden, zoals kerkgang, meer zullen zijn, het initiatief is dus vooruitstrevend. In een tijd, waarin het blad Happinez meer lezers dreigt te trekken dan de Bijbel en de spiritualiteit absoluut niet over aandacht te klagen heeft, is het zaak, dat de kerken inspelen op die tijd. GidS is daarmee bezig, GidS smaakt naar meer, zie GidSArnhem.nl en pak straks die kaart van de tafel!

Nog twee kwesties. Eerst 2008 als jaar van het religieuze erfgoed. Da’s mooi, die aandacht, maar aandacht waarvoor? Volgens insiders voor het jaar van de religieuze molensteen. Bisschop Punt heeft volkomen gelijk, als hij zegt, dat het van de gekke is, dat van iedere euro voor de actie Kerkbalans 80 cent naar gebouwenonderhoud gaat, dus maar 20 cent voor de kerken zelf, een bericht van vier dagen oud en hij vraagt zich af of randkerkelijken niet zouden moeten bijdragen aan het onderhoud van de kerkgebouwen. Ik heb daar over nagedacht en ik zie maar drie mogelijkheden: 1) het medegebruik van de kerk zwaar opvoeren en dan maar tijdelijk de inrichting opzij schuiven, bah...zeggen dan velen, 2) toegang heffen bij het ultieme evenement voor randkerkelijken: de kerstnachtdienst en 3) twee ingangen per kerkgebouw, één met het bordje “alleen eigen gelovigen” en één met het bordje “overigen, betalen met pinpas mogelijk”. Ook dit onderwerp vraagt de volle aandacht van de kerken, want erfgoed is het en blijft het, de foei-lelijke kerken uit de vijftiger en zestiger jaren buiten beschouwing gelaten.

Dames en heren, ik ben bij het laatste onderwerp aangekomen, het moeilijkste, maar ook het boeiendste. Bestaat God? Een onderwerp, dat nu behandeld gaat worden door een niet-theoloog, waar moet dat heen? Nogmaals...uw reacties via rvkarnhem.nl graag. Deze kwestie bestaat natuurlijk al zolang als het percentage van 100% gelovigen naar 99% gegaan is en is dit jaar behoorlijk opgeschud door een dominee, die zich openlijk atheïstisch noemde en daarmee prompt Pauw en Witteman haalde. Daarna kwam een lawine van reacties over ons heen en zoals gebruikelijk ging het van “kruisigt hem” via “hij zal wel verkeerd geciteerd zijn” en via “het ligt er maar aan hoe je het begrip definieert” naar.....ja..... waarnaar toe? Waar is het antwoord? Mijn dikke knipselmap geeft het niet, zoveel mensen, zoveel zinnen. Mijn eigen predikant zei al “laten we nou maar ophouden met dat welles-niets, laten we nou eens dóén wat hij wil”!! , een waar woord. Professor Anne van der Meijden zei hierover het volgende: “de tijd van de antwoordgevende kerk is voorbij, dit is de tijd van de innerlijke verworvenheid van het geloof, het gaat om het hart, wij moeten op deze vraag gewoon antwoorden, dat wij het niet weten”! Ik sluit mij graag bij deze woorden aan. Hij zei trouwens nog heel veel meer en ik wil u dit citaat niet onthouden en u ziet maar wat u ermee doet: “tijdens hun opleiding horen predikanten al, dat God wel eens niet zou kunnen bestaan”. Hoe het ook zij, een sluitend antwoord op deze vraag kan m.i. niemand geven. het antwoord anno 2008 kan alleen maar gegeven worden door ieder mens zelf. Het is geen moeten geloven meer, het is een willen en mogen geloven en in dat verband koester ik twee uitspraken: Jacobine Geel schreef ooit: het geloof is voor mij als een heel mooi gedicht, ik geniet daarvan, maar zou ik het gedicht op drie A-viertjes analyseren, dan bleef er van het gedicht niets meer over en een kloosterzuster uit Maarssen zei vorige week “God is onkenbaar, maar niet ondenkbaar”.

Dames en heren, de duur van mijn toespraak is uitgestegen boven de duur van een in mijn ogen goed te verdragen preek, maar ja...een predikant mag elke week, ik maar één keer per jaar. Ik sluit af met een soort samenvatting: de wereld draait door en die dubbelzinnigheid zal blijven. De werkers aan kerk en oecumene moeten niet doordraaien, die moeten doorgáán, want voor ons allen geldt in deze vrij turbulente tijden, dat stilstand gegarandeerde achteruitgang zal betekenen. De boodschap van het geloof staat volgens mij niet ter discussie, de wijze van presenteren alleszins. Ik herhaal wat ik net zei: hier staat geen sombere voorzitter, wat heet...Anne van der Meijden heeft mij zondag extra blij gemaakt, toen hij zei, dat het Christendom per saldo groeit, per saldo...d.w.z. de groei aan de andere kant van de wereld is groter dan de afkalving aan onze kant en dat schijnt weer te maken te hebben met de verschuiving van hoofd naar hart en dat betekent weer, dat die groei elders een hoog Hallelujah-gehalte heeft en dat verschijnsel draagt inmiddels de naam evangelikalisering. Het nieuwe jaar 2008 is aan alle kanten voor de kerken en de oecumene een uitdaging van jewelste; hoe sympathiek het idee van deken Janssen van Arnhem ook is om eind 2008 alle parochiekerken vrij toegankelijk te hebben voor gebed of het aansteken van een kaarsje, het is niet voldoende, denk ik; ook over de oecumene ben ik niet somber, want de jeugd maalt steeds minder om de bonte lappendeken van christelijke kerken, de jeugd vindt oecumene vanzelfsprekend. Ik wens u allen namens de RvKA vrede en alle goeds toe en in mindere momenten of tijden de troost en steun van uw eigen geloof en bovenal en broodnodig: spirituele creativiteit.

Ik dank u voor uw aandacht, de bar gaat weer open.

maker